Elleboogdysplasie (ED)
door Miriam Koopen

ED oftewel elleboogdysplasie is een steeds vaker voorkomend probleem bij de boerboel.

Het betreft problemen aan het elleboog gewricht. Het ellebooggewricht is een scharniergewricht tussen het opperarmbeen (Humerus), het spaakbeen (Radius) en de ellepijp (Ulna). De oppervlakken op de botten die het eigenlijke gewricht vormen zijn bekleed met kraakbeen. De ruimte tussen gewrichtsoppervlakken is gevuld met gewrichtssmeer (Synovia), dat dient als smeermiddel en heeft een functie in het voeden van het kraakbeenlaagje.
 
Elleboog van opzij    

Zij-aanzicht elleboog
a. Humerus (opperarmbeen)
b. Processus anconeus
c. Processus coronoideus

d. groeischijf  
e. kraakbeen  
f. Olecranon  

g. gewrichtskraakbeen
h. Ulna (ellepijp)
j. Radius (spaakbeen)

Elleboogdysplasie is eigenlijk een verzamelnaam voor vier aandoeningen, te weten:

  1. Los Processus Coronoideus (LPC)
  2. Los Processus Anconeus (LPA)
  3. Osteochondrosis Dissecans (OCD)
  4. Degeneratieve Gewrichtsziekte

1) Los Processus Coronoideus (LPC)

Ontstaat tijdens de verbening van het processus coronoideus op de leeftijd van 4 tot 5 maanden kan het losraken door een ontwikkelingsstoornis, overbelasting en/of overgewicht. Mogelijk kan dit worden verergerd door te veel calcium in de voeding.

* de punt blijft zitten tussen spaakbeen en ellepijp

* de hele punt blijft in het gewricht zitten

* de punt wordt in stukjes gebroken door bewegingen

Deze aandoening komt vaker voor bij grote rassen. Met name reuen lijken gevoeliger hiervoor. De combinatie met Osteochondritis Dissecans is niet ongewoon. Het gewricht is verdikt en pijnlijk en het gewricht wordt bij het lopen vaak naar buiten gedraaid. Een bult kan zichtbaar worden op de elleboog.

2) Los Processus Anconeus (LPA)

Komt voornamelijk bij de wat grotere rassen voor, hoewel het ook bij Teckels en Bassets gezien wordt. Tijdens de verbening treedt verval op van het kraakbeen, waardoor het processus anconeus los raakt.

Of

De groeischijf in de ellepijp sluit vroeger dan die in het spaakbeen, waardoor er krachten op het processus worden uitgeoefend die tot een breuk leiden. Net als bij het Los Processus Coronoideus zijn er drie vormen. De verschijnselen die optreden tussen de 6 en 9 maanden bestaan uit kreupelheid, zwelling van de elleboog en pijn bij het bewegen van de elleboog.

3) Osteochondrosis Dissecans (OCD)

Deze vorm komt voornamelijk voor bij de grotere rassen bij pups tussen de vier en twaalf maanden. Meestal zijn de schouder- en ellebooggewrichten aangetast. OCD is een aantasting van de kraakbeenlaag van het gewricht. Bij trappenlopen (met name naar beneden) kan zo'n beschadiging van het kraakbeen (makkelijker) voorkomen.

Ook een boerboel pup laten spelen met een zwaardere (volwassen) hond is erg slecht!

De gevoeligheid voor het optreden van deze beschadiging is waarschijnlijk erfelijk. De symptomen bestaan uit een geleidelijk optredende kreupelheid, de paslengte naar voren wordt verkort, het gewricht raakt overvuld, waardoor er meestal een bult op de elleboog zichtbaar wordt, en de poot wordt naar buiten gedraaid.

4) Degeneratieve Gewrichtsziekte

Dit omvat een degeneratie (aantasting van normale functies van weefsels en cellen) van het kraakbeen dat echter niet gepaard gaat met een ontsteking. Ook deze aandoening kan met röntgenfoto's worden opgespoord.

Erfelijkheid

Uit een artikel van Padgett blijkt dat OCD en LPC erfelijk zijn bij de Labrador. Het is echter waarschijnlijk dat dit ook geldt voor andere rassen. Uit proefkruisingen bleek dat selectie het voorkomen van OCD en LPC beïnvloedt; hetgeen duidt op een erfelijke basis. Het feit dat er echter ook gezonde pups uit deze nesten kwamen wijst er op dat het niet om een eenvoudige recessief gen gaat, maar eerder om een polygene overerving*.

* Polygene overerving: Bij polygene overerving is er een gecombineerd effect van meerdere genen. Major genes en minor genes erven onafhankelijk van elkaar over volgens de wetten van Mendel. Door gelijktijdige inwerking op bepaalde biochemische processen beinvloeden ze elkaar. Het onafhankelijk overerven en gelijktijdig inwerken zorgt voor een scala aan uitingsvormen. Dit maakt dat het zeer moeilijk wordt het patroon van overerven te herkennen. Enkele voorbeelden hiervan zijn Entropion en Trichiasis (Stades, 1996).

Al deze aandoeningen komen helaas heel veel voor bij boerboels... de leeftijd waarop zich dit veelal uit is tussen de 4 en 6 maanden! Het is daarom van groot belang de pup in deze fase rustig te laten opgroeien,enkele belangrijke tips:

-niet hard laten spelen met grotere, zwaardere honden.

-niet over voeren, dus de pup schraal houden, te veel vet is te veel lichaamsgewicht en dit komt de groei niet ten goede. De uiteindelijke grootte van uw boerboel is genetisch bepaald en u bespoedigt dit niet door hem lekker dik te houden, integendeel.

-niet laten springen en achter een stok of bal laten rennen, tijdens het remmen krijgen de ellebogen veel te verduren.

Het testen van honden op elleboogdysplasie is niet algemeen ingeburgerd,en helaas niet verplicht! Vooralsnog is het verstandig om naast de lijders ook nestgenoten en directe verwanten van deelname aan de fok uit te sluiten. Wat bij het ras de boerboel voor grote problemen kan zorgen aangezien dit een ras in opkomst is en als we nu alle verwanten zouden moeten uitsluiten, er geen boerboel meer over blijft. Het is dus in ieder geval zéér raadzaam om alle boerboels waarmee gefokt wordt te testen op ED en dat men dan in alle eerlijkheid het probleem bij zijn/haar hond erkend en deze dan ook nooit zal gebruiken voor de fok! Hoe hoog de score ook geweest moge zijn op een keuring, gezondheid is toch nog altijd belangrijker dan schoonheid in mijn ogen!

Het voor röntgenen kan het best gebeuren na de leeftijd van minstens 9 maanden om een zo objectief mogelijk beeld te kunnen vormen

* Niets van deze informatie mag zonder toestemming van de Boerboelclub worden overgenomen *